Abshoven - Stichting Jacob Kritzraedt

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Abshoven

Pareltjes


ABSHOVEN  EN  DE  STICHTING  JACOB  KRITZRAEDT

Het bouwkundige verleden van Abshoven is in nevelen gehuld maar zeker is dat het goed Abshoven vanaf 1253 in bezit kwam van de abdij van Val-Dieu, vlak bij Aubel (B). De hoeve zal in de loop van de tijd uitgebouwd zijn en delen van de nog aanwezige mergelstenen kelder onder de huidige ruïne van het abtshuis dateren vermoedelijk uit de 15e/16e eeuw. De grootste bouwactiviteiten hebben echter kort na 1700 plaats gevonden. Uit die tijd dateren namelijk de grote schuur, het zogenaamde abtshuis en de paardenstal van de carréhoeve, alles inmiddels afgebroken op enkele restanten van het abtshuis na.

Op een luchtfoto uit 1948 staat het witgekalkte abtshuis centraal met links de (op dat moment al tot woonvleugel verbouwde) grote schuur en rechts de toen nog als zodanig in gebruik zijnde stallen. Omdat op Abshoven nooit een abt geresideerd heeft, zal de benaming “abtshuis” waarschijnlijk terug te voeren zijn op het feit dat meermalen een monnik van Val-Dieu persoonlijk toezicht hield op het reilen en zeilen (en op de pachter, de “rènkmeister” of “maître”).

Deze carrévormige hoeve is na de Franse Tijd in lekenhanden gekomen en uiteindelijk in 1901 verkocht aan de uit Frankrijk afkomstige “Servantes du Coeur de Jésus”. Deze “Dienaressen van het Hart van Jezus” hadden als zendingsdoel de “eerherstellende aanbidding van het Heilig Sacrament” en hadden daarvoor een grotere kapel nodig dan de huiskapel in het abtshuis. Daarom werd architect Johan Kayser aangetrokken, de architect van onder meer de Basiliek, het Mariapark en het klooster en de kapel van Watersley. Deze bouwde tussen 1908 en 1910 de imposante neogotische kapel en het neorenaissance klooster. Voor kerkelijke gebouwen koos men in die tijd bij voorkeur voor de eigentijdse neogotiek omdat de “ten hemel strevende gotiek“ daarvoor als het meest geëigend beschouwd werd. Omdat neogotiek daardoor vereenzelvigd werd met kerken, kloosters en kapellen, werd voor andere gebouwen de voorkeur gegeven aan neorenaissance of neoclassicisme.

Na de “eerherstellende aanbidding” rekenden de zusters de opvang van wezen, de opvoeding van jongeren en de zorg voor zieken en bejaarden tot hun taak. In Abshoven werd met name de opvang van wezen en de opvoeding van jongeren gepraktiseerd. Daarvoor waren tot het midden van de 20e eeuw geen verder uitbreidingen, hoogstens aanpassingen nodig. Daarna groeide de behoefte aan meer huisvestingsmogelijkheden, eerst binnen de vroegere carréhoeve, daarna door de bouw van paviljoens op het terrein, gevolgd door een school voor zeer moeilijk opvoedbare jongeren. Daarbij werd de rol van de zusters minder en de invloed van leken groter. Uiteindelijk kwam het hoofdgebouw leeg te staan, met als triest dieptepunt de grote brand op 7 juni 1995 waarbij de kapel, het klooster en het abtshuis zwaar beschadigd raakten. De verloedering zette daarna door en dat neergaand proces heeft jaren voort kunnen woekeren.

In 2003 werd het ambitieuze plan “Park Abshoven” gepresenteerd en in 2005 werd begonnen met de bouw door het slopen van de ZMOK-school, de vroegere schuur en stallen van de carré en (zonder vergunning!) zelfs het abtshuis waarvan de muren na de brand nog overeind stonden zoals op een luchtfoto uit 2003 (acht jaar na de brand) te zien is. De sloop werd stilgelegd maar na het realiseren van fase 1, het appartementencomplex, ging ook de verdere bouw niet door, met als opgevoerde reden: de crisis op de woningmarkt. Resultaat: een in de loop van de jaren steeds verder verrottende kies bij de entree van Munstergeleen, een uitzichtloos lijkende situatie die menigeen zo moedeloos maakte dat hij of zij voorstander werd van rigoureuze sloop.

Abshoven wel of geen rijksmonument?
Ondanks veel aanpassingen van het complex voor de huisvesting van pupillen, werd het vroegere hoevegedeelte op 10 mei 1966 onder nr. 33760 als “beschermd rijksmonument” opgenomen in het betreffende register, met de volgende (zeer summiere) redengevende omschrijving:
“Voormalig landgoed Abshoven, thans klooster. Van het oude goed, aangelegd om een binnenplaats nog een gedeelte: o.a. een eenvoudige bakstenen vleugel met rechthoekige vensters in Naamse steen, XIX A. Gevelstenen 1715 en 1717 (met wapen). Hoofdgebouw en schuur (waarin de gevelstenen) gewit.”
Naast summier is deze omschrijving echter ook onduidelijk: is alleen het abtshuis beschermd of ook de voormalige grote schuur of zelfs de hele carrévorm? Gezien het feit dat op dat moment alleen het abtshuis nog vrij onaangetast was, zal de bescherming zich mogelijk daartoe beperkt hebben.

Ook al hadden de ingrepen uit de zestiger jaren van de twintigste eeuw de bouwhistorische waarde van de voormalige hoeve Abshoven behoorlijk aangetast, de cultuurhistorische waarde stond (en staat) uiteraard nog altijd overeind. De aanwijzing tot beschermd rijksmonument was derhalve terecht. In onze ogen had die aanwijzing echter ook de kapel en het klooster moeten omvatten. In die jaren was de waardering van neogotische gebouwen echter op een dieptepunt. De (her)waardering is sindsdien evenwel beetje bij beetje teruggekeerd, reden om ook voor de kapel en het klooster voor een rijksbeschermde status te gaan, zeker omdat beide voorgedragen werden als “nieuw monument” in het Monumenten Selectie Project, bedoeld om de lijst van rijksmonumenten aan te vullen met meer recente objecten. Aan dat proces kwam door de brand een rigoureus einde en dreigde zelfs algehele sloop!

Om dat te voorkomen heeft de Vereniging Heemkunde zonder Grenzen toen voorbescherming van de kapel en het klooster aangevraagd waardoor tijdens de looptijd van de procedure geen afbraak plaats kon vinden. Dit heeft tot een 15 jaar slepende juridische procedure geleid waarbij de Stichting Jacob Kritzraedt al die jaren de juridische en technische ondersteuning heeft verzorgd, zelfs tot aan de Raad van State toe. Jammer genoeg heeft daar de (juridische) vorm het opnieuw van de (cultuurhistorische) inhoud gewonnen. Maar uit voorzorg waren kapel en klooster inmiddels aangewezen als gemeentelijk monument om te voorkomen dat na de uitspraak van de Raad van State onverhoopt tot sloop zou kunnen worden overgegaan.

Omdat het grootste deel van de carréhoeve in de loop van de jaren was verbouwd en uitgebreid, werd voor vervangende nieuwbouw in de vorm van appartementen vergunning verkregen. Daarbij werd echter ook het rijksmonumentale abtshuis grotendeels gesloopt, zoals gezegd: zonder vergunning! Voor de rijksdienst was de resterende ruïne reden om de aanwijzing als rijksmonument in te gaan trekken, ook al zou herbouw met grotendeels originele materialen gerealiseerd worden. Om sloop van de laatste restanten van de historische hoeve Abshoven voor te zijn, is aanwijzing als gemeentelijk monument mogelijk gemaakt op hetzelfde moment dat de aanwijzing als rijksmonument in zou worden getrokken. De restanten van het abtshuis (met de aanwezige oudere kelders) en de gerestaureerde kapel en klooster genieten nu dus samen bescherming als gemeentelijk monument.

Eind goed, al goed . . .
Uiteindelijk heeft de gemeente de ontwikkelaar contractueel gedwongen tot een cascorestauratie van de kapel en het klooster waarbij de buitengevels en de daken gerestaureerd zijn maar het abtshuis als ruïne geconsolideerd werd, in hoopvolle afwachting van een partij die ondanks alles een herbouw wel zou zien zitten.

Het lot van een gerestaureerd monument zonder goede bestemming is echter veelal dat het binnen de kortste keren weer aan restauratie toe is. Voor alle partijen is het daarom een zeer positieve zaak dat redelijk snel na het gereed komen van de cascorestauratie in mei 2013, mensen gevonden zijn die exploitatiemogelijkheden zagen en de afbouw wel ter hand wilden nemen. Zo heeft de Perfact Group het klooster omgebouwd tot hun hoofdkantoor. Zoals gezegd was de bouwkundige kwaliteit van het klooster duidelijk minder dan die van de kapel. Daarom is binnen het casco van het klooster een nieuwe dragende constructie ingebouwd die het tevens mogelijk maakt het souterrain volwaardig te gebruiken, alles met behoud van de “genius loci”, de historische geest van de plek.

De kapel wordt geëxploiteerd als Brasserie Abshoven.Doordat de brandweer de topgevels naar binnen had omgetrokken, zag de kapel er troosteloos en hopeloos uit. Ook al zijn de twee (van de vier) ingestorte gewelven niet teruggebracht en is het stucwerk van de muren slechts beperkt hersteld, de nieuwe inrichtingselementen compenseren samen met het gehandhaafde graffiti-kunstwerk die “tekortkomingen”. Het terras aan de achterzijde is zo aangelegd dat de geconsolideerde ruïne van het abtshuis duidelijk gezien en ervaren wordt, dit in tegenstelling tot de verwaarlozing van de voormalige Engelse Tuin. Het is te hopen dat dt op niet al te lange termijn wordt begonnen met het opknappen van dit groengebied en dat de historische “allée” weer een verbinding gaat vormen, nu met de Pater Karelkapel.

Kortom: Munstergeleen is erg blij dat de entree van het dorp ook van deze kant weer het aanzien waard is, en Sittard-Geleen mag blij zijn met dit nieuwe voorbeeld van een geslaagde restauratie in combinatie met een goede herbestemming.

Peter Vossen, secretaris

Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu