Stadswandeling - Stichting Jacob Kritzraedt

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Stadswandeling

Jubilea SJK




In het kader van het 60-jarig bestaan heeft de stichting Jacob Krtitzraedt een Culturele en Culinaire wandeling uitgewerkt. De wandeling gaat langs de door de stichting gerestaureerde en voor Sittard behouden monumenten. Hierbij werkt de stichting samen met:
- de regionale VVV
- Cafe Restaurant Den Tempel
- Restaurant & Brasserie Ophovener Molen

Het prachtig verzorgde boekje waarin de wandeling is opgenomen is verkrijgbaar bij de leden van de stichting en op boven genoemde adressen.
Bij de wandeling behoren "vouchers" die u een aantrekkelijk korting opleveren in de genoemde restaurants.

Onderstaand de tekst van deze wandeling.



Culturele en Culinaire wandeling langs de door de Stichting Jacob Kritzraedt gerestaureerde en voor Sittard behouden panden

Uitgave bij gelegenheid van het 60 jarig bestaan van de stichting in 2012.


De Stichting Jacob Kritzraedt
De Stichting Jacob Kritzraedt is in 1952 in het leven geroepen om te voorkomen dat een gedeelte van de Begijnenhofwal zou worden afgegraven. Mét resultaat gelukkig! En nu nog steeds gaan schitterende stadswandelingen ook over de stadswallen. Voor dat behoud werd een actiegroep opgericht waaruit de stichting is ontstaan. De activiteiten van de stichting hebben er toe geleid dat geen verdere inbreuken op de typische Sittardse stadswallen plaatsvonden. De stichting zet zich nu in voor het behoud van monumentale en monumentwaardige gebouwen in Sittard. Daartoe koopt zij bedreigde panden aan, restaureert ze en verhuurt ze vervolgens. De Stichting Jacob Kritzraedt heeft volgens de statuten als doel:
• De bestudering en het behoud van het culturele erfgoed - in het bijzonder van monumentale en monumentwaardige gebouwen en de plaatselijke identiteit - van Sittard en omgeving.
• De Stichting Jacob Kritzraedt tracht dit doel te bereiken door:
o het aankopen of op andere wijze in eigendom of bezit verwerven van voor de historie belangrijke gebouwen en andere onroerende zaken of onderdelen daarvan;
o het doen restaureren en het verzorgen van een verantwoorde aankleding van dergelijke gebouwen en onroerende zaken;
o het daaraan geven van een passende bestemming.
Tot behoud van het culturele erfgoed van Sittard en omgeving bezit en beheert de Stichting Jacob Kritzraedt diverse monumentale panden in de gemeente Sittard-Geleen. Een aantal panden is ingericht als woning en andere panden hebben een bedrijfsmatige bestemming. Alle panden worden verhuurd.

Jacob Kritzraedt.
Jacob Kritzraedt, geboren op 1 mei 1602 in Gangelt (Duitsland) studeerde filosofie in Keulen werd op 29 september 1632 tot priester gewijd als lid van de orde der Jezuïeten. Vanuit Millen kwam hij in 1636 naar Sittard en schreef in Sittard enkele kronieken. Hij wijdde zich ook op verdienstelijke wijze aan de streekgeschiedenis. Op 1 januari 1672 is Kritzraedt in Keulen overleden.

Kritzraedthuis.
In het Kritzraedthuis (Rosmolenstraat 2) vindt u VVV Zuid-Limburg vestiging Sittard.
Het Kritzraedthuis is in 1620 gebouwd in Maaslandse renaissancestijl. Het is genoemd naar en daarmee een eerbetoon aan priester Jacob Kritzraedt.

In het Kritzraedthuis (Rosmolenstraat 2) vindt u de VVV Zuid- Limburg vestiging Sittard.

Aan de muurankers is te zien dat het huis in 1620 is gebouwd. Wat direct opvalt, zijn de hardstenen omblokte ramen de hardstenen kruiskozijnen. Er zijn drie steensoorten gebruikt: baksteen, mergel en hardsteen. De mergelbanden die te zien zijn, zijn geen versiering maar waterlijsten. De waterlijsten hebben als functie het regenwater zoveel mogelijk van de gevel af te houden. De benedenverdieping diende als opslagplaats; dit is nog te zien aan de poortbogen aan weerzijden van het gebouw.

Het Kritzraedthuis is het startpunt van deze wandeling.

Vanaf het Kritzraedthuis loopt u langs V&D naar de Markt.
Sittards binnenstad werd in mei 1972 aangewezen als beschermd stadsgezicht. Op de Markt staat een aantal rijks- en gemeentelijke monumenten, waaronder de Sint Michielskerk (1668) in Zuid-Nederlandse barokstijl. Het stenen leeuwtje bij de ingang is een herinnering aan een gebeurtenis uit 1938. Tijdens de hoogmis ontsnapten uit een circus op de Markt twee leeuwen. Eén ervan liep rustig de overvolle kerk binnen en ging lekker op het priesterkoor liggen.

Een van de meest aansprekende monumenten op de Markt is het vakwerkhuis (huisnummer 20) waar momenteel “De Gats” is gevestigd. Het vakwerk-woonhuis is gebouwd omstreeks 1535. Het gebouw is voorzien van overgebouwde bovenverdiepingen en bezit fraai bewerkte hoekschoren en hoekuitkragingen. In 1967 is dit pand voor één gulden overgedragen aan de Stichting Jacob Kritzraedt, In 1972 is dit eerste gerestaureerde pand van de Stichting Jacob Kritzraedt op feestelijke wijze in huur overgedragen aan bierbrouwerij Heineken. Ook uit historische overwegingen is het pand, dat landelijk gezien van bijzondere betekenis is, een aanwinst voor de stad. Het geniet dan ook terecht veel belangstelling. Door de restauratie is het aanzicht van de Markt in belangrijke mate verbeterd. Het typerende van een marktplein heeft mede hierdoor ongetwijfeld aan karakter en betekenis gewonnen.
Voor het vakwerkhuis staat het beeldje van “het krombroodrapen” dat jaarlijks plaatsheeft op zondag halfvasten. Het krombroodrapen is Sittards oudste traditie.

U vervolgt de rondwandeling en loopt vanuit de Gats linksaf naar de Oude Markt. Via de Oude Markt, met de Basiliek en het Mariapark ertegenover, komt u op het Kloosterplein en vervolgens in de Kapittelstraat. Basiliek en Mariapark vormen een stilistisch gaaf overgeleverd historisch ensemble met bijzondere belevingswaarde en verzorgde detaillering. De perfecte neogotische architectuur, respectievelijk gebouwd in 1875/1876 en 1891. De basiliek als pelgrimskerk en het Mariapark, oorspronkelijk in functie, uitvoering en situering deel uitmakend van de pelgrimskerk Beide gebouwen zijn rijksmonument. Het complex werd in 2007-2009 volledig gerestaureerd.

Op het Kloosterplein gaat u richting Grote Kerk. In het verlengde van het Kloosterplein ligt de Kapittelstraat. De woning met huisnummer 4 is het Kapittelhuis. Het Kapittelhuis is een voormalige woning van een van de kapittelheren van de collegiale kerk van St. Petrus Stoel van Antiochië. Het kapittel, dat heeft bestaan van 1299 tot 1802, bestond uit maximaal twaalf kanunniken. In de immuniteit van hun kapittel bouwden zij hun eigen huizen.

Dit huis is opgetrokken uit baksteen en stamt uit de tweede helft van de 17e eeuw (vermoedelijk van na de stadsbrand van 1677). Het is voorzien van een zadeldak en heeft aan de linkerzijde een uitbouw met fronton, aan de straatzijde een topgevel met vlechtingen. Inwendig bevinden zich een plafond met moerbalk en stucversiering in de vorm van een wapen en schoren met versierde kraagstenen van hardsteen. Dit woonhuis is wellicht het mooiste onder de kleine monumenten die Sittard nog bezit. Het pand is in 1977 door de Stichting Jacob Kritzraedt gerestaureerd.
Is de bewoner thuis dan zal hij u graag iets meer vertellen over de woning.
U vervolgt uw weg en loopt rechtdoor tot aan de Grote of Sint Petruskerk, gelegen in het hart van het centrum van Sittard. De kerk is vooral bekend door haar 80 meter hoge toren, waarin zich een klokkenspel bevindt van 50 klokken. De geschiedenis van de kerk gaat in ieder geval terug tot rond 1000. In 1857 restaureerde architect Pierre Cuypers de afgebrande kerk.

Op het Kerkplein gaat u meteen linksaf tot aan het kleine Kerkstraatje, ga dan weer linksaf de winkelstraat in en vrijwel meteen weer rechtsaf langs de fontein de Molenbeekstraat volgen. Vóór de HEMA gaat u rechtsaf de Gruizenstraat is. Als u rechtdoor loopt ziet u aan uw rechterkant het Protestantse Kerkje gelegen aan een klein pleintje. Deze NH kerk is een voormalige protestantse schuilkerk. Dat is bijzonder omdat het bij schuilkerken meestal om katholieken, doopsgezinden of remonstranten gaat, die in de tijd van de Republiek in het geheim bijeen moesten komen.

De reden van de protestantse schuilkerk in Sittard was de volgende: De landsheer van Sittard was ook hertog van Gulik. Aan de landsheer lag het welke religie er in een bepaald gebied geoorloofd was. Pas in 1673 kwam er een ‘Religionsvergleich’ tussen hertog Philip Willem van Gulik en Berg en keurvorst Frederik Willem van Brandenburg.
Voorbij het pleintje ziet u twee vakwerkhuisjes. Gruizenstraat 7 en 9.
De vakwerkwoningen aan de Gruizenstraat 7 en 9 hebben een overgebouwde verdieping en een overstekend dak. Een van de deurdorpels vermeldt: ‘A.D. 1593, waaruit kan worden afgeleid dat deze woningen de stadsbrand van 1677 hebben kunnen weerstaan.
De panden zijn in 1978/1979 door de Stichting Jacob Kritzraedt gerestaureerd.

Thans zijn de panden in bezit van de Kerkvoogdij van de Hervormde gemeente Sittard.

Vervolg uw weg en loop tot onder de “poort”, waar de ingang is van “den Tempel”. Een voormalige stadshoeve (boerderij in de stad gelegen) annex mouterij/brouwerij. Aan de zijde van de Rosmolenstraat bevindt zich het ankerjaartal 1652. Aangaande de naamgeving c.q. naamafleiding zijn in de loop der jaren diverse bespiegelingen gehouden en verklaringen gegeven. Zo is rondom ‘den Tempel' in de eerste plaats de sage van Heldewé, de rijke koopman, geweven wiens geest 's nachts tussen 12 en 1 uur van hier via de Steenweg in zijn door vuur omgeven wagen een bezoek brengt aan het graf van zijn vermoorde dochter in het Limbrichterveld. Merkwaardigerwijs is in dit gebied een grafveld, waartoe ook de Auvelenberg behoort, teruggevonden. Daarnaast wil men in de situering van het gebouw een Germaanse cultusplaats van de god Wodan herkennen die zo belangrijk moet zijn geweest, dat de Romeinen ertoe overgingen hier een Mercuriustempel voor in de plaats te stellen. In deze gedachtegang zou dan het Latijnse woord 'templum' bij de naamgeving van doorslaggevende betekenis zijn geweest. Ook is de naam wel eens in verband gebracht met de in de 12e eeuw gestichte geestelijke ridderorde van de Tempeliers, maar een relatie tussen deze in de 14e eeuw weer opgeheven orde en Sittard is tot op heden niet aangetoond kunnen worden. En tenslotte meent men in de uiterlijke verschijningsvorm van het gebouw zelf een aanduiding te vinden voor de naamgeving van dit pand. De in  het dialect gestelde  uitdrukking 'wat enne tempel' geeft  zonder meer een indicatie voor de grootte van het gebouw. Deze 'boerderij binnen de wallen' is gebouwd van baksteen om een binnenplaats en voorzien van een krulgevel. De topgevel met kwartronde door rollagen gedekte zijkanten bezit een dubbele schuine tandlijst. De poortvleugel, die als een hoge burcht boven zijn omgeving uitrijst, is versierd met een in- en uitgezwenkte zijgevel. De aanwezigheid van een inrijpoort aan de voorzijde is altijd een aanwijzing, dat het gebouw, behalve als woonhuis, tevens als bedrijfsruimte was bedoeld. De inrijpoort verleent dan toegang tot de omsloten binnenplaats van de boerderij, waaromheen woonhuis, stallen en bergplaatsen gegroepeerd liggen.

Bij besluit van 18 april 1974 heeft de gemeente Sittard denTempel overgedragen aan de Stichting Jacob Kritzraedt. Het pand is in 1975-1977 door de Stichting Jacob Kritzraedt gerestaureerd. Thans is in het pand een café-restaurant gevestigd.

Na deze onderbreking vervolgt u uw weg door links af te slaan en vervolgens schuin over de parkeerplaats te lopen. U komt dan aan de Engelenkampstraat die u rechtsaf loopt tot aan de kruising met de Parklaan. Bij de Parklaan gaat u linksaf. Na circa 50 meter ziet u aan de linkerkant een kantoorgebouw. Op die plaats stond vroeger het geboortehuis van Toon Hermans.

Aan het einde van deze straat steekt u de Agricolastraat over, en komt u in de straat Ophoven. Op de hoek een voormalige boerderij, nu een restaurant. Daarnaast liggen, met een binnenplaatsje, enkele monumentale panden, vakwerkwoningen. In 1964 zijn de destijds onbewoonbaar verklaarde 17e eeuwse woningen Ophoven nr. 3 en 5 door de Stichting Jacob Kritzraedt aangekocht, om te voorkomen dat deze huisjes, die in ernstig verval verkeerden, verloren zouden gaan. Zowel de huizen zelf - het zijn prachtige voorbeelden van Maaslands vakwerk - als de ligging bij de ingang van Ophoven aan de binnenstadzijde, vormen met de omgeving een rustiek geheel dat het waard is behouden te blijven. Sinds 1977 is dankzij de inspanningen van de stichting het gehele hofje met de nrs. 3 t/m 13 als monument erkend. De door de stichting Jacob Kritzraedt fraai gerestaureerde panden vinden gretig aftrek bij de huurders. Het geformeerde hofje, aan de straatzijde gesloten door een aangepast ijzeren hek, vormt zeker een verfraaiing van het overigens kwetsbare stadsbeeld ter plaatse.
U vervolgt uw weg door de straat Ophoven en komt na ongeveer 150 meter aan uw linkerhand op een wandelpad tussen de woningen en de beek. Na korte tijd kunt u links over het bruggetje richting park. Aan uw rechterhand ziet u de “Stenen Sluis”. De route gaat over deze sluis. De stenen sluis is al oud. Volgens een bouwtekening uit 1752 was de sluis toen al bouwvallig. Via de stenen sluis kon men regelen hoeveel water er door de Molenbeek en hoeveel door de Geleenbeek stroomde. De sluis speelde ook een rol bij de water- verdeling als de vesting Sittard werd aangevallen. Er moest voldoende water in de stad komen, via de Molenbeek, voor de bevolking. Drie watermolens werkten vroeger in de stad en konden malen door het water van de Molenbeek. Water was ook nodig in de stadsgrachten en in de inundatiegebieden (gebieden die men onder water kon zetten). Op de sluis staande heeft u een mooi zicht op de waterpartij en het speelveld in de nieuwe wijk van Ophoven.
U loopt over de stenen sluis verder en gaat over de nieuwe sluis. Sla links af. Blijf het pad volgen dan komt u bij de Molen Ophoven.
Ophovenermolen

De geschiedenis van de molen gaat terug tot in 1348 toen de molen behoorde tot het leengoed van de heren van Valkenburg die tevens de heren van Sittard waren, later de hertogen van Gulik. Deze heren oefenden het molenbanrecht uit in Sittard. De eerste vermelding is een akte van 10 juni 1406. In die tijd was de molen een graanmolen die onderdeel was van de ertegenover gelegen Ophovenerhof. Later werd de molen gebruikt als oliemolen. In de zestiende eeuw zijn de Ophovenerhof en de molen in beheer van de familie Dobbelstein. Vanaf 1627 werd de molen telkens verpacht. In 1798 werden de hertogelijke goederen door de Fransen in beslag genomen en in 1805 openbaar verkocht. Na de opheffing van het middeleeuwse banrecht, liet de nieuwe eigenaar, de molen ombouwen van oliemolen tot korenmolen. Tegen deze ombouw kwam de eigenaar van de banmolen aan de Molenbeek in Sittard in het geweer, aangezien hij claimde dat alleen deze molen van oudsher het recht had om graan te malen. In 1811 wees het gerecht deze aanspraken af aangezien volgens de gewijzigde Franse wetgeving elke burger het recht had om een graanmolen te bedrijven mits hij de vergunning had om van een bestaande waterloop gebruik te maken. In de 1860-er jaren werden een aantal verbeteringen aangebracht en kreeg de molen een middenslagrad. In 1893 werd het waterrad en de waterwerken aan de molen vernieuwd. Voor het bereiken van een groter vermogen werd er een nieuw houten waterrad aangebracht met een middellijn van 5,32 m. en de breedte op 1,25 m. In 1908 werd het waterrad vervangen door een ijzeren middenslagrad met een middellijn van 5,90 m. en een breedte van 1,20 m. en het houten gangwerk met de maalstoel door een gietijzeren constructie. In 1912 volgde een herbouw van het huis en de schuur met houtzagerij. Na de Tweede Wereldoorlog werd er niet veel meer met de molen gemalen. In 1949 werd hij nog wel gerestaureerd, maar als gevolg van stilstand en verwaarlozing ging de staat weer snel achteruit. De laatste eigenaar die het beroep van molenaar op de Ophovenermolen uitoefende was August Laudy. In 1955 werd de molen stilgelegd.

Einde 1973 besloot de stichting Jacob Kritzraedt tot aankoop van de Ophovenermolen, waarna een uitgebreide restauratie volgde die in 1976 werd voltooid. Na een geslaagde tweede restauratie in 1998 is ook het molengedeelte weer helemaal bedrijfsklaar gemaakt en kan de molen weer als vanouds draaien, aangedreven door de kracht van de Geleenbeek. Daarbij werd tevens een nieuw ijzeren waterrad aangehangen, waarvan de vormgeving enige overeenkomsten heeft met dat van de Volmolen in Epen. De molenaarswoning, die Laudy op het erf had laten bouwen, werd als restaurant ingericht; een gedeelte van de molen maakt daarvan eveneens deel uit. In november 1983 liep de molen tijdens een hevige onweersbui flinke schade aan het gangwerk op. Een met het water meegevoerde zware boomtak zette zich in de lossluis vast met als gevolg dat de waterafvoer stagneerde en de Geleenbeek buiten haar oevers trad. Om het water toch af te voeren werd vervolgens de maalsluis opengetrokken, waardoor het gangwerk een grote snelheid ontwikkelde en de grote tandwielen als gevolg zwaar werden beschadigd. Pas toen een graafmachine een omleiding had gegraven, kon het hoog opgestuwde water wegstromen. Met een geslaagde tweede restauratie in 1998 werd de molen weer geheel maalvaardig. De molen is in november 2003 door het bureau BAT aangepast voor de winning van 'groene stroom', gesubsidieerd door een energiemaatschappij. De opgewekte stroom is goed voor 30 huishoudens en wordt geleverd aan het openbare elektriciteitsnet.

U verlaat de Ophovenermolen aan de kant van de Molenweg en gaat direct links.  Over het bruggetje naast de beek komt u in het stadspark.

U loopt nu in het stadspark, dat tussen 1920 en 1927 is aangelegd onder leiding van en naar ontwerp van tuinarchitect Dirk Tersteegh in de “landschapsstijl ". Eerst kwam het zuidelijk gedeelte met de roeivijver tot stand en daarna het noordelijk gedeelte met de eendenvijver. De structuur van dit gedeelte moet gezien worden vanuit de ook in dezelfde tijd aangelegde bebouwing met het Julianaplein als kern. De ingang van het park ligt in het verlengde van de straat naar dit plein. In de dertiger jaren werd in het middendeel een openluchtzwembad aangelegd. Dit is inmiddels weer verdwenen, alleen een gedeelte van de buitenmuur is blijven staan. Dit deel van het park wordt wel vaker als evenemententerrein gebruikt. Het stadspark is als nationaal monument aangewezen. Het Vondelpark in Amsterdam is ook een nationaal monument. Begin jaren tachtig is een reconstructie uitgevoerd. Door de samenvoeging van het Noord - en Zuidgedeelte is de kwaliteit van het Sittardse stadspark bijzonder te noemen. Bij het recent verrichte Monumenten Selectie Project is de nationale waarde van het Sittardse stadspark nogmaals vastgesteld.U blijft het pad door het park volgen en komt dan uit bij de Agricolastraat.

De woningen aan de Agricolastraat als onderdeel van het villaparkje rondom het Julianaplein zijn rijksmonument. Gebouwd in de 20er jaren van de vorige eeuw voor de huisvesting van de middenstand. Woningen in een traditionele, door het Expressionisme beïnvloede stijl naar een ontwerp van architect N. Ramakers te Sittard.

Steek deze weg over en loop via het Julianaplein steeds rechtdoor naar de Jubileumstraat, waar u rechtsaf slaat en vervolgens weer links, langs het verzorgingstehuis de Baenje. Rechtdoor, de Engelenkampstraat oversteken en tot aan de Rabobank lopen. Voor de bank links en vervolgens weer rechts, zo komt u weer bij “den Tempel”.

Hier eindigt Uw wandeling.


Niet in de wandeling opgenomen vanwege de ligging op grotere loopafstand aan de andere zijde van Sittard bijna tegen de grens met Duitsland is het vakwerkhuis aan de Tudderenderweg 145. De stichting Jacob Kritzraedt kocht het pand van een particulier en restaureerde het sterk vervallen gebouw. Hierin zijn nu twee kleine huurwoningen ondergebracht. In 2004 werd het aangewezen als gemeentelijk monument.
 

          
                                         

Colofon
Uitgave:
Stichting Jacob Kritzraedt
Met medewerking van de VVV Zuid Limburg
Totale afstand 3,9 KM.
Samenstelling en teksten:
Lily Hendriks-Mulkens
Jules Hendriks
Fotografie:
Janny Houben
Jules Hendriks
Druk:
Claessens Grafisch Veelzijdig Sittard








Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu